Blog #49: Caley & Alice

Gepubliceerd op 3 december 2019 00:26

Vanmiddag vroeg iemand aan mij of ik mijn “pleegbroers” Caley en Alice zal gaan missen als ik weer terug naar Nederland ga. Dit was nadat beide heren hadden bedacht dat ze misschien wel het dak van de auto naar beneden konden doen terwijl ik achterin zat. Voor de zoveelste keer. Terwijl het gemiddeld 7-10 graden is. En dan te bedenken dat in de kou zitten nog niet eens het ergst is. De momenten dat je in hartje winter met een volledig open dak voor een zebrapad staat te wachten of stilstaat naast een bushalte en door de wachtende, bibberende mensen aangekeken wordt alsof je niet helemaal lekker bent, zijn erger. Zeker als je dan met een soort verontschuldigend lachje die blikken beantwoord. Zo van: “het valt echt wel mee”, wat dan vervolgens weer geheel ontkracht wordt door het veel te snelle optrekken van de auto. Tja, ik heb echt m’n best gedaan.

Soms is alleen je best doen niet genoeg. Zo krijg ik elke ochtend het verwijt dat ze wéér op mij moeten wachten. Even voor je beeld: ik sta dan met jas en schoenen aan in de gang te wachten. Terwijl zij nog uitgebreid aan het ontbijt zitten, het haar nog moeten doen en wellicht nog van outfit gaan wisselen. Maar als we te laat zijn op het werk dan heb ik het gedaan. Tja, vrouwen. En nátuurlijk begrijpen de anderen op het werk dat. Over vrouwen gesproken: deze mannen hebben meer jassen en schoenen dan ik. Bijna elke week wordt er geshopt, elke drie weken gaan ze naar de kapper en als ik ’s ochtends naar beneden kom stik ik onderweg bijna in de hoeveelheid parfum die er gebruikt wordt. En dan ben ik de vrouw hier.

Gelukkig zijn ze negen van de tien keer ook heel charmant door bijvoorbeeld de deur voor me open te houden. Om ‘em dan vervolgens de tiende keer wel net even voor m’n neus dicht te laten vallen. Of heel aardig als ze een liedje die ik leuk vind aanzetten, maar dan ineens de volumeknop naar beneden draaien, waardoor het originele liedje verdwenen is, maar mijn bijdrage luidkeels te horen is. Top. En dan die momenten aan tafel dat ik aangestaard word terwijl ik probeer te eten en zo de lachkriebels van hun krijg dat de rest zich afvraagt waar ik nu weer last van heb. En ik me dus kan excuseren terwijl de heren inmiddels allang weer met uitgestreken gezichten voor zich kijken. Tikkeltje gênant wel.

Alleen met tafeltennissen maak ik ze in. Dat doen we dus ook bijna nooit. En als zij tegen elkaar spelen gaan de ballen linea recta naar elkaars gezicht in plaats van over de tafel. Maar als ze dan voor de zoveelste keer met zo ongeveer dezelfde outfit naar beneden komen, ik de derde gekochte jas van die maand kan beoordelen, van Caley allerlei lekkere zalfjes krijg die hij van zijn vriendin heeft gehad en Alice me toch maar even bij dat ene station afgooit, dan zijn ze stiekem ook best leuk.

Of ik ze dus ga missen?

Dat kan je vast zelf wel invullen.

 


«